Wat een mooi woord is dat, vakmanschap. Het doet me denken aan iemand die zijn materiaal door en door kent en precies weet welk gereedschap nodig is voor een specifieke klus. Die, als er iets tegenzit, kan bedenken hoe dit op een goede manier kan worden opgelost.
In ons nieuwe huis wilden we mooie, authentieke planken naast onze keukenkasten. We hadden al snel bedacht dat we dat niet zelf konden en vroegen Matthijs, een geweldige vakman dit voor ons te doen. Gelukkig maar, want de planken bleken echt authentiek (en dus niet recht!) te zijn en konden zo eigenlijk niet aan de muur. Met zijn kundige oog en natuurlijk het juiste gereedschap wist hij wat hij moest doen en hangen de planken nu perfect aan de muur.
In ons vakgebied van leesbegrip en onderwijs is dat niet anders: als je de wetenschap erbij pakt, zit vakmanschap niet in wat je doet als alles goed gaat, maar juist in wat je doet als het even tegenzit. Je kunt nog zo’n geweldige lessenserie over leesbegrip maken voor je leerling, maar het gaat erom wat je doet als je ziet dat hij bepaalde dingen lastiger vindt dan jij dacht. Dat is niet iets wat je van te voren kunt bedenken, maar iets waarop je tijdens een les bijstuurt.

Adaptieve onderwijsexpertise
In recent wetenschappelijk onderzoek wordt dit heel treffend Adaptive Teaching Expertise (Adaptieve onderwijsexpertise) genoemd. Onderzoekers zoals Anthony (2024) beschrijven dit als het vermogen om ‘fluĆÆde’ les te geven. Deze fluĆÆde capaciteit is de kern van ons vakmanschap; voor iedereen in het onderwijs, maar voor begeleiders als remedial teachers, logopedisten, leesspecialisten en orthopedagogen in het bijzonder. Het gaat hierbij om meer dan alleen flexibiliteit (het kunnen wisselen van een plan). FluĆÆditeit betekent dat je handelen moeiteloos en organisch meebeweegt met de situatie. Je zit niet vast in het script van een methode of van je les, maar je navigeert op wat er in het hier en nu gebeurt tussen jou en de leerling.
Ik weet dat je waarschijnlijk denkt: “mee eens” en “dat dóe ik al!” en dat is geweldig, maar meestal gebeurt dit spontaan en onbewust. Maar Adaptieve onderwijsexpertise gaat juist om het bewust en gericht kunnen schakelen op wat we waarnemen bij een leerling en kunnen bijsturen op zijn krachten en valkuilen. Dat vraagt van ons dat we weten wat er “mis” kan gaan: welke valkuilen kunnen leerlingen hebben? En welke mogelijkheden er zijn om deze leerling toch zo goed mogelijk te kunnen helpen.
Om deze fluĆÆde capaciteit te ontwikkelen, onderscheiden Anthony en collega’s drie lagen van expertise. Als vakspecialist moet je op al deze lagen kunnen schakelen:
De zichtbare acties (Visible Actions): Dit is wat je daadwerkelijk doet in de les: de instructie die je geeft, de vragen die je stelt en de oefeningen die je aanbiedt. Voor een buitenstaander is dit vaak het enige wat zichtbaar is van jouw werk.
De instrumenten en taal (Epistemic Tools & Language): Dit is de laag daaronder. Het gaat om de professionele taal en de denkkaders die je gebruikt om te begrijpen wat er gebeurt. Heb je de woorden om een probleem te diagnosticeren? Kun je benoemen waarom een leerling vastloopt?
De diepere overtuigingen en oriƫntatie (Tacit Orientations): Dit is de diepste, vaak onzichtbare laag. Het gaat om jouw visie op wat leren is. Zie je de leerling als een vat dat gevuld moet worden, of geloof je dat leren een proces is van betekenisgeving vanuit een eigen achtergrond?
LeesInzicht-systeem
Het mooie is dat het LeesInzicht-systeem je helpt om deze abstracte wetenschappelijke lagen heel concreet te maken in de praktijk op het gebied van leesbegrip.

Het schema hierboven vult deze drie lagen direct in, zodat je kunt zien wat er (vooral) meespeelt bij leesbegrip:
De zichtbare acties ā de bovenste groene laag van de kernvaardigheden: Dit is het niveau van de directe interventies. We willen dat leerlingen actief visualiseren, verbindingen leggen en zichzelf controleren. Als alles goed gaat, is dit waar je werkt. Je modelleert hoe je een voorstelling maakt en je begeleidt de leerling in het toepassen van deze kernvaardigheden.
De instrumenten en taal ā de blauwe laag van de cognitieve fundamenten: Hier draait de motor van het leesproces. Als vakman kijk je door het gedrag heen naar de onderliggende processen. Je monitort het werkgeheugen: zit het emmertje van deze leerling misschien te snel vol, waardoor er geen ruimte meer is om betekenis te geven? Ook kijk je naar de informatieverwerking: verloopt het decoderen en ordenen van informatie efficiĆ«nt genoeg, of zorgt traagheid hier voor problemen verderop in het proces? Kennis van afgeleid relationeel reageren is hier onmisbaar, omdat dit de basis vormt voor het kunnen leggen van nieuwe verbanden.
De diepere overtuigingen ā de onderste paarse laag van het relationele netwerk: Dit is de voedingsbodem voor begrip. Iedere leerling brengt zijn eigen unieke samenstelling van kennis, ervaringen (historiciteit) en doelen (intentionaliteit) mee. Als professional weet je dat nieuwe informatie alleen kan landen als het ergens aan gekoppeld kan worden in dit bestaande netwerk. Zonder die verankering blijft tekstbegrip oppervlakkig.
FluĆÆde capaciteit
Het continu schakelen tussen deze lagen vraagt veel van jouw eigen denkvermogen. Maar: een studie in Frontiers in Education (2022) laat zien dat leraren die actief reflecteren (dus metacognitie toepassen op hun eigen handelen) beter in staat zijn om nieuwe leesinterventies succesvol toe te passen dan leraren die de methode mechanisch volgen.
Stel je voor: je leest een tekst over vulkanen en stelt een vraag, maar de leerling staart je glazig aan. Een mechanische uitvoerder herhaalt de vraag (zichtbare actie). De vakprofessional schakelt fluĆÆde naar de diepere lagen. Je gebruikt je instrumentarium (blauwe laag) en constateert: “Het is geen onwil, het is cognitieve overbelasting doordat het begrip ‘lava’ ontbreekt.” Vanuit je overtuiging (paarse laag) dat kennis moet aanhaken bij wat er al is, besluit je de tekst weg te leggen en eerst een filmpje te kijken.
Dat is fluĆÆde capaciteit. Je gebruikt je kennis van de theorie om heel praktisch te zien aan welke knoppen je moet draaien als het leesbegrip stagneert. Dat maakt ons vak misschien complex, maar ook prachtig.
Vakmanschap
Om die fluĆÆde capaciteit te behouden, is het nodig dat de kennis actueel blijft. Net zoals de timmerman zorgt voor goed gereedschap, moeten wij ons blijven voeden met nieuwe inzichten. Er valt op ons vakgebied ontzettend veel te lezen en te leren en ik weet uit ervaring dat het bijna onmogelijk is om al die wetenschappelijke literatuur zelf bij te houden naast het dagelijkse werk.
Daarom heb ik de belangrijkste inzichten en de theoretische onderbouwing verwerkt in de e-cursus. Hierin komt samen hoe je Visualiseren, Verbinden en Controleren inzet om het denkproces van de leerling weer vlot te trekken. Dat de kwaliteit van deze inhoud staat als een huis, blijkt uit de waardering van de LBRT: de cursus is geaccrediteerd met maar liefst 40 punten.

Maar die punten of de theorie zijn uiteindelijk slechts middelen. Waar het werkelijk om draait, is dat deze kennis zorgt voor handelingsvrijheid. Met de juiste expertise achter de hand ontstaat er geen paniek als een les anders loopt of een leerling vastloopt, maar de rust om precies op dat moment de juiste interventie te kiezen. Dan wordt er vakkundig gebouwd aan het inzicht van de leerling.
PS: Jouw vakmanschap is het belangrijkste instrument in de begeleiding. Zorg dat je gereedschapskist gevuld is met kennis over het werkgeheugen, cognitieve belasting en tekstverwerking. Bekijk hier hoe je jouw expertise naar een hoger plan tilt!
