In module 2* – het kind in de wereld ga je dieper in op de visie achter LeesInzicht. Wat betekent het eigenlijk om een tekst te begrijpen? En hoe verloopt dat proces in het brein van een kind dat zich al lerend verhoudt tot zijn omgeving? In deze module verken je hoe leesbegrip ontstaat in de dynamiek tussen het kind, de tekst en de wereld waar het zich in bevindt.
Vanuit het uitgangspunt dat betekenis niet in de tekst zelf ligt, maar ontstaat in het hoofd van de lezer, duik je in de theoretische basis van LeesInzicht. Je maakt kennis met begrippen uit de fenomenologie en Relational Frame Theory (RFT), en leert hoe deze perspectieven helpen om het leesbegripsproces beter te begrijpen. Daarbij staat steeds één gedachte centraal: het kind leest nooit in een leeg hoofd, maar altijd als deel van een brein dat betekenis probeert te maken in de wereld.
Deze module biedt geen losstaande theorie, maar geeft een kader waarmee je scherper kunt kijken naar wat kinderen nodig hebben om tot begrip te komen. Daarmee leg je de basis voor het praktisch werken met de LeesInzichtspiraal (die in module 8 aan de orde komt) en voor het begeleiden van leerlingen die meer nodig hebben dan alleen uitleg over de tekst.
Na deze module kun je:
- uitleggen hoe betekenis ontstaat vanuit het kind zelf, in relatie tot zijn omgeving
- de theoretische basis van LeesInzicht (fenomenologie en Relational Frame Theory) op hoofdlijnen beschrijven
- benoemen waarom leesbegrip meer is dan een technische vaardigheid
- je begeleiding afstemmen op het uitgangspunt dat het kind altijd leest vanuit zijn eigen ervaringen en kennis
*Deze module kan als losse cursus worden gevolgd, maar is een van de modules uit de e-cursus LeesInzicht, van woorden naar wereld in het brein







