Helaas hoor ik het nog regelmatig: het idee dat visualiseren een specifieke strategie is die vooral werkt voor leerlingen die visueel zijn ingesteld. Bij leerlingen die talig sterk zijn, wordt de stap naar het maken van een interne voorstelling soms overgeslagen. De aanname is dan dat zij genoeg hebben aan de woorden zelf om de tekst te doorgronden.
Natuurlijk zien we in de praktijk verschillen. De ene leerling heeft van nature direct een film voor ogen bij een verhaal, terwijl de andere leerling sterker leunt op de taalstructuur en de logica van de zinnen. Toch is het een misvatting om te denken dat je vooral visualiseert bij leerlingen die een “visuele voorkeursinstelling” hebben en dat je het bij anderen anders aanpakt. Visualiseren is echter altijd nodig*; de wetenschap is hier helder over. Om tot diepgaand leesbegrip te komen, moeten het verbale systeem (de woorden) en het non-verbale systeem (de beelden) samenwerken. Onderzoekers noemen dit het bouwen van een situatiemodel. Tekstbegrip is in de kern de vertaling van abstracte symbolen naar een concrete, mentale representatie. Zonder die interne voorstelling blijven woorden abstract en beklijft de informatie nauwelijks.
Voor de leerling die van nature makkelijk beelden oproept, gaat dit proces onbewust. Dat wil niet zeggen dat je er niets meer mee hoeft te doen: sommige leerlinge visualiseren zo gemakkelijk dat ze er van alles bij fantaseren. Of ze zetten hun beelden niet bewust in om hun begrip te controleren.
En ook leerlingen die juist meer moeite hebben om situaties uit de tekst voor zich te zien, hebben jouw expliciete instructie hard nodig. Als we het visualiseren achterwege laten omdat hij ’toch zo talig is’, ontnemen we hem de kans om de tekst echt te doorleven. Hij blijft dan vaak te oppervlakkig lezen en heeft geen controlefunctie op de verbindingen die hij legt.
Visualiseren is dus geen trucje, maar een cognitieve basisvoorwaarde die we bij elke leerling bewust moeten activeren. Het is vaak geen kwestie van kunnen, maar van leren doen.
👉👀Meer weten over visualiseren? Kijk eens naar de module Visualiseren!
*Een kleine nuance is hier op zijn plaats. Er bestaat een groep mensen (ca. 4%) met afantasie, het onvermogen tot visuele verbeelding. Wees je ervan bewust dat dit bestaat, maar ga er in de basis vanuit dat elke leerling kan leren om een voorstelling te maken.
PS: Ik ben zelf geen voorstander van het labelen van leerlingen als ‘beelddenker’ of ’taaldenker’. In de praktijk zie ik natuurlijk wel verschillen, maar er zijn veel meer voorkeuren dan alleen deze twee. Bovendien zijn álle manieren van informatieverwerking nodig om echt tot leren te komen. Je doet een leerling tekort als je alleen maar meegaat in zijn voorkeur en hem niet uitdaagt om ook de andere kanalen te benutten.
