Verbinden is de kern van leesbegrip: leerlingen leggen relaties tussen woorden, zinnen, alinea’s, maar ook met hun eigen kennis en ervaringen. Zonder deze verbindingen blijft tekst los zand. In deze module leer je wat verbinden inhoudt, hoe het werkt in het brein en waarom sommige leerlingen dit niet vanzelf doen.
We onderzoeken welke soorten verbanden er zijn (oorzaak–gevolg, vergelijkingen, contextuele relaties) en hoe je merkt dat een leerling dit proces overslaat. Je krijgt concrete werkvormen om het zichtbaar maken en het leggen van verbindingen te stimuleren, zoals hardop denken, mindmaps, visuele schema’s en metacognitieve vragen.
Na deze module:
weet je wat verbinden inhoudt en waarom het bepalend is voor leesbegrip;
herken je signalen van leerlingen die teksten fragmentarisch lezen;
beschik je over werkvormen om verbinden zichtbaar en bespreekbaar te maken;