Jij bent tegen toetsen toch? Nou, dat is wel erg kort door de bocht.
Onderwijs is bedoeld om leerlingen iets te leren en als het gaat om kennis, dan is het wel handig om op de een of andere manier te beoordelen in hoeverre dat is gelukt. Dus dat kan best een toets zijn.
Maar bij leesbegrip is dat een ander verhaal: leesbegrip is geen kennis, maar een vaardigheid, die zich ontwikkelt. Net als elke andere vaardigheid ontwikkelt die zich niet volgens een duidelijke lijn, maar grillig en cyclisch.
Natuurlijk wil je wel weten of je leerlingen vooruitgaan op dit gebied. Een toets zegt daar alleen niet zoveel over. Maar gelukkig zijn er zijn wel dingen die je bij je leerlingen kunt zien en horen.
Een van de eerste signalen is dat een leerling spontaan verbanden begint te leggen, ook zonder dat je erom vraagt. Hij leest iets over klimaat en zegt: “Dat is toch hetzelfde als wat we vorige week hadden over die ijsberen?” Dat verbinden doet hij nu uit zichzelf, terwijl je hem daar eerder op moest wijzen.
Je ziet het ook terug in de manier waarop een leerling vertelt wat hij heeft gelezen. Eerder was dat een soort lijst van losse feiten, maar nu zit er structuur in: hij legt uit hoe het ene uit het andere volgt, of hij nuanceert iets wat hij eerst te snel aannam.
Wat ook opvalt, is dat het werkgeheugen minder onder druk lijkt te staan: een leerling die goed kan ordenen, hoeft minder te onthouden omdat hij de informatie al aan iets heeft verbonden en de feiten dus niet allemaal los hoeft te onthouden.
Een leerling die verder is, merkt het sneller als iets in de tekst niet klopt, en gaat dan bewust terug in de tekst om het te controleren.
Bij leesbegrip is het belangrijk dat je de ontwikkeling ziet.
