“Slimme kids worden vanzelf goed in leesbegrip.”🏠 Heilig huisje #15
“Hij scoort altijd hoog, dus ik zou er geen zorgen over maken.” De leerkracht van groep 8 zegt het vriendelijk, maar de moeder die me daarna belt, is er niet gerust op. Haar zoon leest snel, begrijpt veel en haalt inderdaad goede scores. Maar ze ziet ook dat hij vastloopt zodra een tekst niet meteen duidelijk is. Dat hij dan stopt, in plaats van dat hij doordenkt.
Ik begrijp de leerkracht. Een kind met hoge scores is geen kind met een probleem, en er zijn genoeg kinderen die ook hulp nodig hebben.
Maar ik begrijp de moeder ook, want er is een verschil tussen een leerling die goed scoort en een leerling die goed leest. Slimme kinderen compenseren veel. Ze hebben een groot relationeel netwerk, pakken snel op wat er in een tekst staat en vullen de rest in met wat ze al weten. Dat werkt prima zolang teksten overzichtelijk zijn en vragen voorspelbaar. Dit kind gaat straks naar een passend niveau op het voortgezet onderwijs, waar beide dingen veranderen: teksten worden langer, abstracter en moeilijker, en opdrachten vragen meer om redeneren in plaats van reproduceren.
En dan zie je dat een leerling die nooit heeft hoeven leren visualiseren, verbinden en controleren, ineens niet meer weet hoe het moet. Hij is slim genoeg, maar hij heeft die vaardigheden nooit hoeven inzetten.
Hoge scores op de basisschool zeggen iets over wat een kind op dit moment doet. Ze zeggen weinig over wat een kind kan als de teksten en de vragen lastiger worden.
Gelukkig mocht ik met deze jongen aan de slag. Eerst op de basisschool en ook nog een tijdje in de brugklas. Zo leerde hij denken tijdens het lezen en kon hij al snel zonder mijn hulp verder.
