“Ik geef ze bij elk hoofdstuk een leeg schema. Dan leren ze vanzelf ordenen.” Een docent biologie in de onderbouw vertelt het me in de pauze. Ze heeft er zichtbaar werk in gestoken: per paragraaf een overzicht met vakjes, pijlen en kopjes. Ik snap het wel, want een schema ziet er geordend uit.
Heilig huisje #19 “Met een schema leren leerlingen vanzelf ordenen”
Het idee is hardnekkig, omdat het resultaat er zo goed uitziet. Na afloop staat alles netjes op zijn plek. Alleen heeft de docent die plek bedacht: zíj heeft de tekst al geordend en de structuur in de vakjes gezet. De leerling zoekt per vakje alleen het passende stukje tekst en schrijft het over. Dat is zoeken en overnemen, geen ordenen.
Ordenen gebeurt in het hoofd tijdens het lezen. Bij elke zin beslist een lezer: hoort dit bij wat ik net las, is dit nieuw, is het een hoofdlijn of een detail? Daarvoor visualiseert hij, verbindt hij informatie binnen de tekst en met zijn relationeel netwerk, en controleert hij of het nieuwe stukje past. Een leeg schema neemt precies die beslissingen over.
Een leerling die bij elk hoofdstuk keurig de vakjes invult, heeft bij een nieuwe tekst zonder schema weer die losse flarden. Of bij een toetsvraag die net anders is opgebouwd dan het schema. De structuur zat niet in zijn hoofd.
Een schema is daarmee niet waardeloos. Het werkt wel degelijk als je de leerling leert hoe hij dit zelf invult en hoe het hem helpt bij het lezen en leren. Als de leerling zelf bepaalt waar iets komt te staan, want dan is het meer een weergave van zijn eigen denkwerk. Hij kan uitleggen waarom iets op die plek staat, of hij merkt dat hij het niet weet. Dat laatste is een hûh-moment, en daar kun je mee verder.
Kun je mijn hulp gebruiken bij het ontwikkelen van het denken bij het lezen van leerlingen? Kijk dan eens bij de LeesInzicht cursussen en aanbod voor scholen.
