Samenhang ontlast
het werkgeheugen
Lezers onthouden niet wat er in een tekst staat. Ze onthouden de betekenis die ze zelf hebben gebouwd.
Het werkgeheugen reconstrueert de structuur zelf — er blijft weinig ruimte over voor betekenis.
De samenhang is al zichtbaar — het werkgeheugen komt vrij voor het bouwen van betekenis.
Lezers onthouden geen tekst — ze bouwen zelf een situatiemodel. Dat vraagt actieve inbreng. Als die constructie mislukt, is er gelezen maar niet begrepen.
Drie niveaus tegelijk: woorden, zinsbetekenis en samenhang. Als samenhang ontbreekt, vult het werkgeheugen de gaten zelf in — ten koste van begrip.
Als een leerling zelf verbanden legt, worden losse onderdelen één geheel. Dat geheel neemt minder ruimte in dan de losse delen samen.
Structuur zichtbaar maken is samen de tekst ingaan. Vragen stellen, wachten, laten verwoorden. Een verband dat de leerling zelf benoemt is een denkspoor.
Een verband dat een leerling zelf benoemt is een denkspoor dat in het werkgeheugen iets vasthoudt. Een schema dat de begeleider maakt, is een illustratie.
