Die vraag kreeg ik de afgelopen weken een paar keer. Ik denk het niet. Het risico bestaat dat dan alleen een paar oefeningen worden gedownload en dat doet het hele principe van LeesInzicht dan teniet. Het is ook nogal wat om te printen: de map zal uit 300-400 pagina’s bestaan, dus dat doe je niet. Sommige dingen komen wel online te staan. De map wordt zwart-wit en enkele dingen zijn nou eenmaal leuker in kleur. En je kunt ze dan ook makkelijker groter afdrukken of op een digibord laten zien. Maar de hele map, nee, die komt er niet als e-book of zo.
"Werken aan LeesInzicht" - mijn logboek
Status van de ontwikkeling van de meest praktische vertaling van de wetenschap rond leesbegrip naar de onderwijspraktijk
Het deel over het volgen van de ontwikkeling vind ik het lastigst om concreet te maken. Leesbegrip is een denkproces en dat zie je niet (alleen) terug in een toetsscore. Ik wil dat je als begeleider kunt vastleggen wat je ziet: hoe een leerling visualiseert, of hij verbanden legt, wanneer hij een hûh-moment heeft en wat hij daarmee doet. Dat je de ontwikkeling kunt volgen en niet alleen een momentopname hebt van een toets. Rubrics helpen daarbij, maar ze moeten kort genoeg zijn om ze ook echt te gebruiken. En relevante informatie geven. En passen bij de ontwikkelingsgebieden en -aspecten. Daar zit ik nu middenin.
Voor een aantal ontwikkelgebieden schrijf ik nog een paar nieuwe oefeningen, omdat daar nog te weinig materiaal voor was. Voordat een oefening de map in gaat, probeer ik hem uit in mijn eigen begeleiding. Een paar oefeningen bleken op papier beter te werken dan aan tafel: te veel uitleg vooraf, te weinig denkwerk van de leerling. Die gaan terug naar de tekentafel.
In mijn hoofd liep het al een tijdje naast elkaar: de map en De Orde van de Bovenkamer. Nu komen ze samen. In een aantal oefeningen voor het po en de onderbouw van het vo verwerk ik de Orde erin. Ze kunnen mét of zonder worden gedaan, en er komt minstens één opdracht met de opdrachtkaartjes. Niet overal, want de map moet ook werken voor oudere leerlingen. Bij jongere leerlingen kan het verhaal een oefening net dat beetje extra geven waardoor ze ermee aan de slag willen.
Ik heb alles wat ik tot nu toe heb en nog wil maken even achter elkaar gezet en geteld. Het waren meer pagina’s dan ik had gedacht. Een dikke map is compleet, maar schrikt misschien ook af. Nog maar even kritisch bekeken wat er echt in moet. De theorie staat al in het boek, dus daar kan wel wat van af. Maar veel is gewoon echt nodig. Ik zet in op een goede structuur en keuzehulp zodat het echt goed werkbaar is. En hopelijk zijn mensen wel blij met zoveel materiaal.

Bezig met de oefeningen. Ik heb er nu bijna 125 gemaakt, voor zowel PO en VO! Superleuk werk 🙂 Ik moet nog wel de kopieerbladen erbij maken. Veel oefeningen passen bij meer dan één ontwikkelgebied. Een oefening waarin een leerling verbanden legt, vraagt vaak ook om controleren. Lastig: zet ik zo’n oefening dan dubbel in de map? Dat wordt rommelig en dik. Mijn keuze wordt: elke oefening staat bij het ontwikkelgebied waarvoor hij in de eerste plaats gemaakt is. Bij de andere gebieden staat een verwijzing. Zo blijft de map overzichtelijk en zie je toch welke oefeningen je nog meer kunt inzetten. Of ik maak een keuzewijzer. Even over nadenken.
Deze week heb ik de hele indeling omgegooid. Ik had de map opgebouwd per kernvaardigheid, met daaronder de oefeningen. Logisch vanuit het boek, maar toen ik me voorstelde hoe een leerkracht of andere onderwijsprofessional zeg maar op maandagochtend de map pakt, klopte het niet. Je begint niet bij visualiseren, je begint bij een leerling. Dus nu: eerst handleiding en visie, dan het traject, de leerling in beeld, het begeleiden en het volgen van de ontwikkeling. Veel knip- en plakwerk, maar het moest.
Waar wil ik mij met de map op richten? Op de RT’er die met individuele leerlingen werkt? Dat ligt wel voor de hand, en ik krijg ook het advies om me op één doelgroep te richten. Maar hoe meer ik schrijf, hoe meer ik zie dat dat niet kan. LeesInzicht heeft “gewoon” drie niveaus: klas/groep, hulpgroepje en individueel. Net wat nodig is. Dus de map moet ze alle drie ondersteunen. Een leerkracht moet de ontwikkelgebieden elk schooljaar opnieuw met de groep kunnen doorlopen. Een RT’er of intern begeleider werkt met een hulpgroepje. En soms heeft een leerling individuele begeleiding nodig.
Hm. Dat vraagt nog wel wat meer van mij dan ik bedacht had. Zoals altijd 🙂

Hoewel ik nog lang niet klaar ben met de inhoud, heb ik al wel een voorkant gemaakt voor de map. Het werkt voor mij beter als het zichtbaar is waar ik naartoe werk. Maar dit ontwerp is een werkversie: als de map af is, maak ik een definitieve voorkant. Met hulp natuurlijk.
Een werktitel had ik snel, een goede naam is lastiger. Ik heb gespeeld met namen waarin de kernvaardigheden terugkwamen, en met namen die vooral over de leerling gingen. Maar vaak dekt het de lading eigenlijk niet, of is het niet in één oogopslag duidelijk. En dat wil ik wel. Toen ik er een paar voorlegde aan enkele RT’ers met wie ik vaker spar, zei een van hen: ‘Maar je werkt er toch gewoon aan, aan leesinzicht?’ Dat bleef hangen. Dus: het wordt Werken aan LeesInzicht. Het zegt wat je ermee doet, dat je werkt aan de leesbegripsontwikkeling.
Op dit moment schrijf ik vooral lijstjes. Wat moet een leerling kunnen om tot leesbegrip te komen, als je dat opdeelt in stukken die je kunt oefenen en volgen? Ik kom uit op negen ontwikkelgebieden. Dat aantal heb ik een paar keer omgegooid. Eerst waren het er zeven, toen elf. Bij zeven zaten er te veel dingen samen in één gebied, bij elf werd het een afvinklijst. Negen voelt nu goed, maar ik houd het in de gaten.
Deze zomer begin ik aan iets waar ik al langer over nadenk: een map waarmee je in de praktijk aan de slag kunt met LeesInzicht. Mijn “Magnum Opus” 🙂 waarin alles samenkomt. Het boek “LeesInzicht, van woorden naar wereld in het brein” en de inspiratieboeken leggen uit hoe leesbegrip werkt en geven oefeningen. Wat ik van cursisten vaak hoor, is de vraag daarna: hoe pak ik dit structureel aan, week na week, met een hele groep? Of, als het om een individuele leerling gaat, hoe bouw ik nou precies een traject op? Daar wil ik een antwoord op geven in die map. In dit logboek houd ik bij hoe dat gaat.

