LeesInzicht sluit nauw aan bij de nieuwe kerndoelen Nederlands. Vooral binnen het domein Communicatie, en daarbinnen bij kerndoel 2: de leerling begrijpt teksten, komen verschillende onderdelen van LeesInzicht rechtstreeks terug. De drie vaardigheden van LeesInzicht – Visualiseren, Verbinden en Controleren – sluiten aan bij wat leerlingen nodig hebben om teksten te begrijpen, informatie te ordenen, verbanden af te leiden en hun eigen begrip te bewaken.
De kerndoelen voor het primair onderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs hebben dezelfde basisstructuur. In het VO neemt vooral de complexiteit van teksten, de abstractie van de inhoud en de zelfstandigheid waarmee leerlingen met teksten omgaan toe.
Kerndoel 1 – de school stimuleert de taalcompetentie van leerlingen
1A – Taal- en leesomgeving
De school zorgt voor een rijke taal- en leesomgeving. Dit houdt onder andere in: het aanbieden van betekenisvolle taalactiviteiten, een veelzijdig aanbod van jeugdliteratuur en het aanbieden van kennis en vaardigheden in samenhang.
Aansluiting met LeesInzicht
LeesInzicht gaat uit van het lezen van rijke, betekenisvolle teksten en boeken, bij voorkeur over uiteenlopende onderwerpen. Door leerlingen te laten lezen over verschillende thema’s wordt hun kennis van de wereld uitgebreid. Die kennis vormt vervolgens een belangrijk onderdeel van het netwerk waarin nieuwe informatie betekenis krijgt.
LeesInzicht ondersteunt hiermee een leesomgeving waarin lezen niet uitsluitend wordt ingezet om een leesvaardigheid te oefenen, maar ook om kennis op te bouwen en nieuwe informatie te kunnen begrijpen.
1B – Taal in de leergebieden
Leerlingen ontwikkelen taal ook binnen andere leergebieden en rijke teksten over inhoudelijke thema’s zijn daarvoor belangrijk. Kennis die leerlingen in andere leergebieden verwerven draagt bij aan hun begrip van de wereld, hun begrip van teksten en hun woordenschat.
Aansluiting met LeesInzicht
Dit sluit direct aan bij het uitgangspunt van LeesInzicht dat leesbegrip niet losstaat van kennis. Een leerling begrijpt een tekst gemakkelijker wanneer nieuwe informatie kan worden verbonden met wat al bekend is.
Daarom is LeesInzicht ook goed inzetbaar bij teksten uit bijvoorbeeld geschiedenis, aardrijkskunde, biologie, economie en andere vakgebieden. De aanpak richt zich op het proces waarmee de leerling informatie uit een tekst verwerkt en verbindt met bestaande kennis.
Kerndoel 2 – de leerling begrijpt teksten
2A – luisteren en lezen met begrip
De leerling toont begrip van zakelijke en literaire teksten. Daarbij worden onder andere genoemd:
- woordenschat, kennis over taal en kennis van de wereld inzetten en uitbreiden;
- kennis over tekstsoorten en tekststructuren inzetten;
- hoofd- en bijzaken en de hoofdgedachte weergeven;
- betekenis geven aan een tekst passend bij het leesdoel;
- verschillende aanpakken en begripsverhogende strategieën toepassen.
Aansluiting met LeesInzicht
Hier komen alle drie de LeesInzicht-vaardigheden samen.
Visualiseren helpt de leerling om van woorden en zinnen een betekenisvolle voorstelling te maken. De leerling leert informatie niet uitsluitend op zinsniveau te verwerken, maar een samenhangend beeld van de tekst op te bouwen.
Verbinden helpt de leerling om informatie uit verschillende zinnen en tekstgedeelten samen te brengen en te verbinden met eerder opgedane kennis. Daardoor kan de leerling betekenis afleiden die niet letterlijk in één zin staat.
Controleren helpt de leerling om tijdens het lezen na te gaan of de opgebouwde betekenis klopt en of nieuwe informatie past bij wat eerder gelezen is.
Ook de vier cognitieve fundamenten van LeesInzicht sluiten hierbij aan: metacognitie, werkgeheugen, informatie verwerken en ordenen en verbanden afleiden.
2B – luisteren en lezen met diep begrip
Dit onderdeel vraagt van leerlingen onder andere dat zij inhoudelijke relaties binnen en tussen teksten kunnen benoemen, overeenkomsten en verschillen kunnen herkennen en tegenstrijdige of overeenkomstige informatie kunnen onderscheiden.
Aansluiting met LeesInzicht
Dit is een zeer directe aansluiting met Verbinden.
LeesInzicht leert leerlingen om informatie niet als losse feiten te verwerken, maar om te onderzoeken hoe informatie zich tot andere informatie verhoudt. Daarbij gaat het om het afleiden van verbanden binnen een tekst, tussen verschillende delen van een tekst en, wanneer meerdere teksten worden gebruikt, tussen teksten.
Ook Controleren speelt hierbij een belangrijke rol. De leerling leert nagaan of verschillende stukken informatie met elkaar overeenkomen, elkaar aanvullen of juist met elkaar in tegenspraak zijn.
Visualiseren ondersteunt dit proces doordat de leerling een steeds completer en samenhangender beeld van de inhoud opbouwt.
Juist hier ligt een belangrijk onderscheid met het oefenen van losse vragen bij teksten. LeesInzicht richt zich op de processen die eraan voorafgaan: informatie betekenis geven, ordenen, verbinden en controleren.
2C – bronnen verkennen
Dit kerndoel vraagt leerlingen om bronnen te verkennen en aandacht te hebben voor onder andere de maker, tekstsoort, verschijningsdatum en betrouwbaarheid van bronnen.
Aansluiting met LeesInzicht
Dit onderdeel ligt minder centraal in de huidige LeesInzicht-aanpak, maar sluit wel aan bij Controleren. Een leerling die informatie uit teksten wil begrijpen en gebruiken, moet ook leren nadenken over de bron waaruit die informatie afkomstig is.
Vooral bij oudere leerlingen kan Controleren daarom worden uitgebreid met vragen als: Wie heeft deze tekst gemaakt? Met welk doel? Wanneer is de tekst verschenen? Welke informatie geeft de bron wel en welke informatie ontbreekt?
Kerndoel 5 – de leerling ontwikkelt zich als bewuste taalgebruiker
5A – reflecteren op taalactiviteiten
Leerlingen leren reflecteren op hun eigen taalactiviteiten en op de manier waarop zij taal gebruiken en leren.
Aansluiting met LeesInzicht
Dit sluit vooral aan bij het cognitieve fundament metacognitie en bij de vaardigheid Controleren.
LeesInzicht leert leerlingen aandacht te ontwikkelen voor hun eigen leesproces. Ze leren herkennen wanneer ze iets begrijpen, wanneer hun beeld van de tekst niet klopt en wanneer ze iets moeten herlezen, aanvullen of anders moeten aanpakken.
Het doel is daarmee niet dat een leerling één vaste leesstrategie uit het hoofd leert, maar dat hij leert nadenken over zijn eigen begrip en zijn aanpak daarop afstemt.
Natuurlijk. In dezelfde opbouw als de andere onderdelen:
Kerndoel 7 – de leerling verkent het gebruik van taal
7A – talige identiteit
Leerlingen verkennen hoe taalgebruik samenhangt met hun eigen identiteit en met de manier waarop mensen zich uitdrukken.
Aansluiting met LeesInzicht
Bij het lezen van teksten komen leerlingen verschillende manieren van taalgebruik en verschillende perspectieven tegen. Om een tekst goed te begrijpen, moeten zij taalgebruik kunnen verbinden met de persoon, situatie en context waarin het voorkomt. Dit sluit aan bij Verbinden: de leerling gebruikt informatie uit de tekst en de context om betekenis af te leiden.
Ook Visualiseren speelt hierbij een rol. Taalgebruik draagt bij aan het beeld dat een leerling zich vormt van een persoon, situatie of gebeurtenis.
7B – taalvariatie en taalverandering
Leerlingen verkennen verschillen en veranderingen in taalgebruik en leren deze te herkennen en te begrijpen in hun context.
Aansluiting met LeesInzicht
Teksten kunnen verschillen in bijvoorbeeld woordkeuze, stijl, dialect, jongerentaal, vaktaal of formeel en informeel taalgebruik. Om de betekenis van een tekst goed te begrijpen, moet een leerling rekening houden met de manier waarop taal in een bepaalde situatie wordt gebruikt.
Dit sluit vooral aan bij Verbinden en Afgeleid Relationeel Redeneren: de leerling verbindt taalgebruik met de context en gebruikt die informatie om betekenis en verbanden af te leiden.
Kerndoel 8 – de leerling doet ervaring op met literatuur
8A – leesvoorkeur
Leerlingen maken kennis met verschillende literaire teksten en ontwikkelen inzicht in hun eigen leesvoorkeuren.
8B – waarde van literatuur
Leerlingen ervaren wat literatuur voor henzelf en anderen kan betekenen en ontwikkelen hun literaire en culturele horizon.
Aansluiting met LeesInzicht
Vooral bij het werken met boeken binnen LeesInzicht is hier een duidelijke verbinding. Leerlingen worden gestimuleerd om verschillende boeken en onderwerpen te lezen en hun leeservaringen te gebruiken om hun kennis van de wereld uit te breiden.
Literatuur biedt bovendien een rijke omgeving om te oefenen met Visualiseren en Verbinden. Bij verhalen moeten leerlingen bijvoorbeeld gebeurtenissen, personages, perspectieven, motieven en ontwikkelingen met elkaar in verband brengen. Veel informatie wordt bovendien niet letterlijk verteld, maar moet door de lezer worden afgeleid.
Kerndoel 9 – de leerling toont inzicht in literatuur
9A – verhalende teksten
Leerlingen leren kenmerken en inhoud van verhalende teksten herkennen en begrijpen.
9B – literaire genres
Leerlingen ontwikkelen kennis over verschillende literaire genres. In het VO worden hieraan verdere onderdelen toegevoegd, waaronder literatuur uit verschillende tijden en, voor havo-vwo, literatuur in tijd en context.
Aansluiting met LeesInzicht
Ook hier zijn vooral Visualiseren en Verbinden van belang. Om een verhaal goed te begrijpen moet een leerling gebeurtenissen in de juiste volgorde kunnen plaatsen, informatie over personages combineren, oorzaken en gevolgen herkennen en informatie uit verschillende passages samenbrengen.
Bij oudere leerlingen wordt de inhoud complexer en abstracter. In het VO wordt daarom steeds meer gevraagd om relaties te leggen tussen tekst, genre, perspectief, tijd en context. De basisprocessen die LeesInzicht aanspreekt, blijven daarbij hetzelfde.
PO en VO: dezelfde basis, toenemende complexiteit
De aansluiting van LeesInzicht op de kerndoelen is daarmee voor het PO en de onderbouw van het VO grotendeels hetzelfde. Er is sprake van een doorlopende ontwikkeling: in het PO ligt de nadruk meer op verwerving, terwijl in het VO steeds meer sprake is van verfijning, verbreding en verdieping. De complexiteit en abstractie van teksten nemen daarbij toe.
Voor LeesInzicht betekent dit dat Visualiseren, Verbinden en Controleren niet gebonden zijn aan één leeftijd of schoolniveau. De basis blijft hetzelfde; de teksten, de inhoudelijke kennis, de mate van abstractie en de zelfstandigheid waarmee de leerling de vaardigheden toepast, kunnen worden aangepast aan het niveau van de leerling.
In het kort
| ★ | Kerndoel | LeesInzicht |
| ★★★ | 2A – lezen met begrip | Visualiseren – Verbinden – Controleren |
| ★★★ | 2B – lezen met diep begrip | Verbinden – Afgeleid Relationeel Redeneren – Controleren |
| ★★★ | 5A – reflecteren op taalactiviteiten | Controleren – metacognitie |
| ★★ | 1B – taal in de leergebieden | Kennis opbouwen – informatie ordenen – Verbinden– Afgeleid Relationeel Redeneren |
| ★★ | 1A – taal- en leesomgeving | Rijke teksten – boeken – kennis van de wereld |
| ★★ | 7A – talige identiteit | Taalgebruik, perspectief en context met elkaar verbinden |
| ★★ | 7B – taalvariatie en taalverandering | Verschillende vormen van taalgebruik herkennen en betekenis vanuit context afleiden |
| ★★ | 8A/B – literatuur | Lezen van boeken – leeservaring – kennis en inzichten |
| ★ | 2C – bronnen verkennen | Controleren – vooral relevant voor oudere leerlingen |
| ★ | 3C – schrijven om te leren | Informatie ordenen, verwerken en verwoorden |
| ★ | 9A-D – literatuur | Visualiseren – Verbinden – Afgeleid Relationeel Redeneren |
★★★ LeesInzicht werkt rechtstreeks aan dit kerndoel.
★★ LeesInzicht ondersteunt de ontwikkeling die in dit kerndoel wordt beschreven.
★ LeesInzicht draagt indirect bij aan dit kerndoel.
LeesInzicht sluit daarmee vooral aan bij de kern van het nieuwe curriculum voor Nederlands: leerlingen leren teksten daadwerkelijk begrijpen, informatie binnen en tussen teksten met elkaar in verband brengen, hun eigen begrip bewaken en door lezen kennis opbouwen. De drie vaardigheden van LeesInzicht geven hiervoor een praktisch houvast: Visualiseren, Verbinden en Controleren. De kerndoelen benadrukken bovendien dat rijke teksten en inhoudelijke kennis in verschillende leergebieden bijdragen aan zowel tekstbegrip als kennis van de wereld.
(zie kerndoelen SLO)
