“Je krijgt leerlingen alleen nieuwsgierig met leuke of herkenbare teksten.”🏠Heilig huisje #16
Nieuwsgierigheid is iets wat in het brein van een leerling ontstaat op het moment dat er iets niet klopt met wat hij al weet, of juist meer klopt dan hij had verwacht. Het zijn de kleine dingen in het denken die een leerling wakker maken. En die kunnen net zo goed in een tekst over fotosynthese of de middeleeuwen zitten als in een tekst over voetbal of paarden.
Wat er dan gebeurt in het hoofd van de leerling is precies wat leesbegrip is: hij raakt het spoor even kwijt, merkt een hĂ»h-moment op, en gaat zoeken naar verbindingen in zijn relationele netwerk en in de tekst om het weer kloppend te maken. Dat actieve zoeken is nieuwsgierigheid: je wilt weten hoe het zit. Dit ontstaat in het denkproces zelf en hoewel het natuurlijk helpt als een tekst je als lezer meteen aanspreekt, dat hoeft niet altijd. Kan ook niet: niet iedereen is evenveel geĂŻnteresseerd in dezelfde onderwerpen en ook dán moeten ze teksten kunnen begrijpen. Maar het zit hem in de houding: leer je leerlingen dat ze lezen om hun relationele netwerk uit te breiden en te verfijnen, en dat lezen ook denken is, dan gaan ze sneller “aan” op een tekst, ook al is het niet altijd het meest aansprekende onderwerp.
Dat betekent niet dat de tekst er niet toe doet. Een slechte tekst werkt gewoon niet goed. Maar ‘aansprekend’ is niet hetzelfde als ‘herkenbaar’ of ‘leuk’. Een goede tekst heeft iets onverwachts, iets wat net iets anders zit dan de leerling dacht, iets wat zijn relationele netwerk even op de proef stelt.
En dat is wat je als begeleider kunt beïnvloeden: je kunt het onderwerp van de tekst kiezen, maar wat meer uitmaakt is wat je met de leerling doet bij dat hûh-moment.
