Het lijkt logisch. Je hebt de tekst al een keer gezien, de woorden zijn minder onbekend, je leest sneller. Een tweede keer moet meer opleveren dan de eerste. Maar leesbegrip werkt niet zo.
Cognitief psycholoog Kintsch liet zien dat begrip ontstaat op het niveau van het situatiemodel: de wereld in het brein die de lezer zelf opbouwt door nieuwe informatie te verbinden met wat al aanwezig is in het relationele netwerk. Als die verbinding bij de eerste leesbeurt niet tot stand is gekomen, verandert een tweede leesbeurt daar niets aan, want de leerling maakt dezelfde beweging met dezelfde bagage en komt uit op hetzelfde punt.
Ik zie leerlingen die trouw een tekst herlezen (en soms nĂłg een keer) en daarna precies even weinig kunnen vertellen als de eerste keer. Ze zijn niet ongemotiveerd en ze lezen echt, maar ze herhalen een beweging die de eerste keer al niet werkte en herhaling van een beweging die niet werkt, werkt ook de tweede keer niet.
Wat helpt, is dat een leerling leert herkennen wanneer het niet is binnengekomen. Dat moment – het gevoel dat je de woorden wel hebt gelezen maar dat je het niet goed begrijpt – is het hĂ»h-moment, en het is het signaal om anders verder te gaan. Niet gewoon nog een keer, maar bewust: in kleinere stukjes, met een vraag in je hoofd, terugkijkend naar wat er net stond. De regie ligt dan bij de leerling zelf, niet bij de begeleider die een vraag stelt of een schema aanreikt.
Een tweede leesbeurt kan heel zinvol zijn, maar dan als de leerling zelf heeft besloten dat er iets ontbreekt en weet hoe hij het deze keer anders aanpakt.
